Onze ploeg in Luik

Tijdens hun werk in Luik met dakloze mensen, gedurende twee jaar, constateerden Fanny Caprasse en Camille Delvoye dat er een echt gebrek aan professionele gezondheidswerkers is op het terrein.

Deze behoefte werd lang ontkend, maar lijkt vandaag een essentieel gegeven te zijn in het licht van de alsmaar verslechterende levensomstandigheden van de daklozen.

Dankzij de creatie van een werkgroep met de verschillende actoren op het terrein, kon het Luikse netwerk van hulporganisaties in kaart worden gebracht en prioriteiten opgesteld: ervoor zorgen dat de daklozen hun gezondheid in eigen handen nemen en dat ze toegang krijgen tot noodzakelijke zorgverlening. De aanwezigheid van medisch geschoolde terreinwerkers die in direct contact staan met de dakloze mensen, is hierin cruciaal.

Door zich in te schrijven bij het Venturelab en contact op te nemen met het team van Straatverplegers (Infirmiers de rue - IDR) in Brussel, kunnen ze deze mooie visie concretiseren. Inderdaad, Straatverplegers start in mei 2019 een bijkantoor van Straatverplegers op in Luik. Fanny en Camille worden de eerste verpleegsters op het terrein.


Enkele stukken werkelijkheid :

Stuk werkelijkheid nį1 :

Talrijke meldingen van zorgzame burgers en uit het netwerk van collega-organisaties, alarmeerden Fanny en Camille voor de situatie van Meneer P. Hij heeft inderdaad ernstige gezondheids- en hygiŽneproblemen. Zijn situatie is zeer verontrustend en noodzaakt tot opvolging.

Fanny en Camille moeten Meneer naar de spoedgevallendienst brengen, maar hij is terughoudend. Met de hulp van een straathoekwerker slagen ze er toch in hem te overtuigen! 

Twee vrienden van de Meneer P. vergezellen hen, om hem te steunen. 


Stuk werkelijkheid nį2 :

Fanny en Camille ontmoetten Mr Y.* tijdens een van hun rondes een paar maanden geleden. Meneer leeft zeer geÔsoleerd en weigert elk contact met het Luikse hulpnetwerk, zelfs na 20 jaar op straat te hebben geleefd. De twee verpleegsters leggen heel wat geduld aan de dag bij het opbouwen van een relatie: van een "hallo" zonder antwoord naar een "hoe gaat het met u", enz. Meneer reageert erg defensief.

Naarmate de weken verstrijken, groeit het vertrouwen. Zij komen geleidelijk aan tot een meer constructieve dialoog.

Onlangs maakten Fanny en Camille gebruik van een vraag van Meneer naar propere kleren, om hem voor te stellen om samen naar La Fontaine (een dienst voor gezondheid en hygiŽne) te gaan. Hij weigert niet, maar wil er toch over nadenken.

De week daarop begint meneer zelf opnieuw over La Fontaine. De verpleegsters aarzelen niet en samen met meneer gaan er naartoe.

Nadat ze meneer hebben wegwijs gemaakt en voorgesteld aan de medewerkers, tonen ze hem de douchekamer en geven ze hem verse kleren.

Na een paar minuten komt hij uit de douche, helemaal geŽmotioneerd.

Hij laat zich nu helemaal gaan en vertelt zijn verhaal in detail.

Die dag heeft Meneer Y. een déclic gemaakt.


Stuk werkelijkheid nį3 :

In een van de hoofdstraten van Luik ontmoeten we onze patiŽnt, die we al een korte tijd volgen, in een van de hoofdstraten van Luik. Hij ligt op de stoep, zijn broek naar beneden, urine en ontlasting op hem. 

Hij is amorf en niet in staat om te bewegen. Hij reageert niet en lijkt geen emotie te hebben. Ondanks deze betreurenswaardige toestand heeft hij geen fysiek probleem dat een ziekenhuisopname vereist.

We vragen hem of hij ons wil volgen naar La Fontaine (gezondheids- en hygiŽnecentrum), hij mompelt dat "ja" maar zegt ons dat hij niet kan bewegen. In werkelijkheid laat hij zich al vijf maanden gaan en heeft hij niet voor zichzelf gezorgd. 

Het is op dit moment dat de politie aankomt, gewaarschuwd door bezorgde burgers.

De agenten, zeer begripvol en goed bekend, zoeken met ons naar een oplossing om hem naar het centrum te brengen. 

We proberen hem te ondersteunen bij het lopen, maar na een paar stappen stort hij in elkaar. Tot slot vragen de politieagenten aan collega's om met een combi mee te doen, waarin we de heer altijd met hun hulp naar boven brengen. Dan worden we allemaal naar de juiste plaats gebracht.

Eenmaal daar aangekomen, kleden we onze patiŽnt uit, nemen hem onder de douche en wassen hem. Vervolgens kleden we hem aan met schoon linnengoed en bieden hem een soep met een sneetje brood aan. 

Uiteindelijk beginnen we een gesprek met hem en sturen we hem zijn "betreurenswaardige" staat terug. We vragen hem hoe hij zich voelt. Hij geeft toe dat hij zich schaamt, dat hij zichzelf niet meer herkent, dat hij dacht dat hij zich nooit in deze staat zou bevinden. 

Als hij ons dit voor het eerst vertelt, kijkt hij op en kijkt ons aan! 

De heer is erin geslaagd om zijn onbehagen te uiten.


(*) We stellen alles in het werk om de privacy van onze patiŽnten te beschermen en ons beroepsgeheim te respecteren. Toch willen we getuigen hoe onze patiŽnten moeten overleven en hoe we samen aan hun re-integratie werken. Daarom zijn namen van personen en plaatsen weggelaten of veranderd en reŽle situaties in een andere context geplaatst. Er is geen rechtstreeks verband tussen de mensen op de fotoís en het hier bovenstaande verhaal.

Files

Communiquť de Presse - LiŤge 18/09